Roadtrip door Yucatán en Belize: van jungle-avonturen tot eilandleven

Soms begin je aan een reis met een vaag idee van wat je te wachten staat, maar het zijn net die onverwachte wendingen die het onvergetelijk maken. Onze roadtrip door Yucatán en Belize begon met een vroege vlucht vanuit Brussel naar Cancun met TUIFly. Nog voor het avontuur goed en wel gestart was, gingen we aan de slag: bij aankomst haalden we onze huurauto op en stopten meteen bij een grote lokale Walmart om ons te bevoorraden – snacks, drank, water en wat handige spullen voor onderweg.
Slapen in de jungle nabij Tulum
Onze eerste nacht brachten we door in de buurt van Tulum, in Yellow Nest Tulum. Een charmante plek, midden in de natuur, met gezellige hutjes. Wat we echter pas ter plaatse ontdekten: geen airco. En in de Mexicaanse hitte, zelfs ’s nachts, voel je dat nogal snel. Toch had het ook iets puurs – slapen met alleen het geluid van de jungle om je heen, de ventilator zacht zoemend, en een gevoel van volledige disconnectie van de wereld.
Bezoek aan de Maya-tempels van Tulum
Voor we verderreden, wilden we natuurlijk een van de bekendste bezienswaardigheden van de regio niet overslaan: de Maya-tempels van Tulum. Deze oude ruïnes liggen spectaculair op een klif boven de turquoise zee, met een uitzicht dat eeuwenlang ongeëvenaard moet zijn geweest. We wandelden langs oude stenen muren, tempels en torens terwijl onze gids vertelde over het leven van de Maya’s in deze versterkte handelsstad. De combinatie van geschiedenis, jungle en zee maakt Tulum tot een van de meest fotogenieke plekken van Mexico.
Het magische meer van Bacalar
De volgende ochtend reden we verder naar Bacalar, een van de mooiste plekken van de hele reis. Het meer daar, ook wel het ‘meer van zeven tinten blauw’ genoemd, is warm, helder en bijna onaards mooi.
We verbleven in Blue Palm Bacalar, op wandelafstand van het meer. Zwemmen in dat turquoise water, omringd door stilte en zon, is het soort ervaring dat zich in je geheugen nestelt.

Van Bacalar naar de eilanden van Belize
Na een paar zalige dagen reden we de grens over naar Belize om daar onze binnenlandse vlucht te nemen met Tropic Air. Bestemming: San Pedro op het eiland Ambergris Caye. Alleen al het uitzicht vanuit het kleine vliegtuigje was de moeite waard: blauwe oceaan, kleine eilandjes en witte stranden.
We verbleven in Hotel Alaia, een stijlvol hotel met zicht op zee. Twee nachten lang genoten we van het eilandleven. We huurden een golfkarretje – het lokale vervoermiddel bij uitstek – en verkenden het eiland in alle richtingen. Een dag maakten we een uitstap naar het nabijgelegen eiland Caye Caulker, bekend om zijn relaxte sfeer. Daar gingen we zwemmen met pijlstaartroggen in helder water, een beetje spannend, maar vooral bijzonder mooi.
Terug naar het binnenland: jungle en paarden bij Chaa Creek
Na onze tijd op het eiland vlogen we terug naar het vasteland, pikten de auto weer op en reden naar The Lodge at Chaa Creek. Een paradijs in het groen, verscholen tussen bomen, met houten paden, geluiden van vogels en een sfeer van absolute rust.

We gingen paardrijden door de jungle, stonden vroeg op voor een birdwatching tocht waarbij we toekans en felgekleurde vogels spotten, en maakten een daguitstap naar Tikal – een hoogtepunt op zich. ’s Avonds aten we onder de sterren en luisterden naar het eindeloze gekwetter van de jungle.
Via Bacalar naar Mérida
Na onze tijd in Belize reden we opnieuw Mexico binnen. We maakten eerst een tussenstop in Bacalar, deze keer verbleven we in het Bacalari Boutique Hotel. Het voelde bijna als thuiskomen.

Daarna ging het richting Mérida, met een geplande overnachting in Hotel Hacienda Ticum. Helaas werd dat niets – bij aankomst werden we verwelkomd door een stuk of wat tarantula’s in en rond de kamer. Dat was net iets te veel natuur voor ons, dus we pakten snel in en reden door naar het stadscentrum van Mérida, waar we uiteindelijk in alle comfort verbleven in het Hyatt Regency.
Stadsleven en strand in Mérida en Progreso
Mérida verraste ons. De stad is levendig, kleurrijk en tegelijk heel authentiek. We wandelden door de koloniale straatjes, dronken koffie op kleine pleintjes en genoten van de sfeer. Als extraatje reden we naar het strand van Progreso, een populaire kustplek onder locals. Geen poespas, gewoon voeten in het zand en verse vis op het bord.
Terug naar huis
Na zeven dagen vol afwisseling – van jungle tot stad, van eiland tot bergmeer – reden we terug naar Cancun voor onze terugvlucht naar België. Met ons hoofd vol herinneringen en onze bagage wat zwaarder van de souvenirs, lieten we Yucatán en Belize achter ons. Deze regio is zó divers, zó rijk aan ervaringen, dat één roadtrip eigenlijk niet genoeg is. Maar het smaakt absoluut naar meer.
">