Onze droomreis door Israël & Jordanië – 11 dagen langs eeuwenoude wonderen, woestijnstilte en zonovergoten uitzichten

Er zijn van die reizen die niet zomaar een vakantie zijn. Ze laten iets achter, schuiven lagen op in je hoofd. Zo voelde deze 11-daagse trip door Israël en Jordanië voor ons. Het was een route vol contrasten: van zee tot zand, van stilte tot spiritualiteit, van hypermoderne luxe tot eeuwenoude mystiek. We hebben geslapen onder sterren in de woestijn, gezwommen op daken in Tel Aviv, gewandeld langs heilige plaatsen in Jeruzalem, en gezweefd in het zoute water van de Dode Zee. Kortom: een reis die zindert, tot lang na thuiskomst.
Schiphol – Tel Aviv: de start van het avontuur
Onze reis begon op een rustige manier. De avond voor vertrek sliepen we in de Sheraton op Schiphol – slim, want zo konden we de volgende ochtend zonder stress vertrekken. Een paar uur later vlogen we met EasyJet richting Tel Aviv. De zon scheen bij aankomst, de lucht was zacht, en we hadden meteen dat typische “het is hier anders” gevoel.
Aan de luchthaven stond onze huurauto al klaar. Niet veel later reden we de stad uit, weg van de drukte, richting rustiger oorden.
Dromen in Sede Yo’av: bubbelbad, stilte en zon

Onze eerste stop was Dream Island Spa & Health Resort in Sede Yo’av. Niet de meest bekende plek, maar precies wat we nodig hadden. De kamer was ruim en modern, met een eigen zwembad én bubbelbad op het terras.
We voelden het stof van de reis letterlijk van ons afspoelen terwijl we in het warme water lagen. De rust van het omliggende landschap, de geur van kruiden in de tuin en het zachte avondlicht zorgden ervoor dat we de tijd vergaten. Geen beter begin.
Naar het zuiden: Eilat & de Jordaanse grens
De volgende ochtend vertrokken we vroeg. Onze route bracht ons langs de Negev-woestijn, een uitgestrekt, ruig landschap vol roodbruine tinten. De rit naar Eilat was lang, maar boeiend. We stopten onderweg voor koffie en verse dadels, en tegen de avond arriveerden we aan de grens met Jordanië.
Onze Israëlische huurauto lieten we achter aan de grensparking, en te voet staken we over. Een tikje spannend, zo’n grensovergang in het Midden-Oosten, maar alles verliep vlot. Aan de andere kant wachtte een nieuwe sfeer: Aqaba, warm, vriendelijk en meteen anders van energie.
Al Manara in Aqaba: Arabische luxe aan zee
Onze eerste nacht in Jordanië brachten we door in het prachtige Al Manara Hotel, onderdeel van The Luxury Collection. Het hotel ligt direct aan de Rode Zee en ademt een stijlvolle mix van traditioneel en modern.

We dineerden die avond op het terras, onder een hemel vol sterren, met zicht op het water. Het eten – lokale mezze, perfect gekruide lamskoteletten, zoete thee – was verrukkelijk. Aqaba voelde meteen als een rustpunt. En de wetenschap dat ons woestijnavontuur de volgende dag zou beginnen, maakte het nog spannender.
Woestijnwind in Wadi Rum – magie tussen zand en sterren
Via het hotel huurden we een stoere SUV – nodig, want onze volgende bestemming was Wadi Rum. Deze woestijn is puur filmdecor: rood zand, grillige rotsen, eindeloze vergezichten. Geen bomen, geen huizen, alleen zand, steen en stilte.
We sliepen in een bedoeïenenkamp, maar niet zomaar eentje: onze tent had een eigen badkamer en comfortabel bed. ’s Avonds zaten we buiten, dekentje over de schouders, kopje thee in de hand, kijkend naar een miljoenen sterren. Geen verkeer, geen lawaai, alleen het zachte ritselen van de wind in het zand. Onvergetelijk.
De dag erna verkenden we Wadi Rum met onze eigen SUV. We reden over zandduinen, klommen op rotsen en vonden verborgen plekken die enkel zichtbaar worden als je zelf op ontdekking gaat. Het voelde avontuurlijk, alsof we even deel uitmaakten van het landschap.
Petra: meer dan een wereldwonder
Van Wadi Rum reden we naar het wereldberoemde Petra. We verbleven twee nachten in het Marriott Petra Hotel, prachtig gelegen tegen een bergflank.

Onze eerste dag begonnen we vroeg. De Siq – een smalle kloof die naar de Schatkamer leidt – is adembenemend. Die eerste blik op het bekende gebouw, uitgehouwen in roze steen, blijft je bij. Maar Petra is veel meer dan alleen die ene gevel. We wandelden urenlang langs tempels, tombes, trappen en uitgehakte woonkamers.
Op onze tweede dag namen we een gids mee naar een ander deel van het complex, waar we een oud waterreservoir ontdekten, verborgen tussen de rotsen. Minder toeristisch, maar minstens zo indrukwekkend. Petra gaf ons blaren op de voeten, maar ook kippenvel van verwondering.
Drijven in de Dode Zee – magisch én pijnlijk
We reden daarna richting Dode Zee, met onderweg steeds dalender uitzicht. Onze overnachting in het Kempinski Ishtar Hotel was opnieuw pure verwennerij. Luxe infinity pools, palmbomen, marmeren badkamers – je kijkt uit op het zoute water dat zo stil ligt dat het bijna onnatuurlijk oogt.
Natuurlijk gingen we erin. Het drijven op de Dode Zee is iets wat je móét voelen. Je lichaam wordt omhoog geduwd, en je zweeft zonder moeite. Alleen… niet onder water gaan. Een moment van onoplettendheid en – oeps – de ogen vol zout. Laten we zeggen: leermomentje.
Jerash & Amman – van ruïnes naar modern comfort
De dag erna bezochten we de Romeinse ruïnes van Jerash. Majestueuze zuilen, oude tempels, een theater waar je nog steeds je eigen echo hoort. Maar het weer sloeg om – grijs, fris en wind.
We besloten door te rijden naar Amman. Daar verbleven we twee nachten in het gloednieuwe Ritz-Carlton. Hier vonden we opnieuw rust en comfort: een warme hammam, goed glas wijn, en zicht op de stad. De perfecte plek om even op adem te komen na zoveel indrukken.
Terug naar het zuiden – zon en zee in Aqaba
We keerden daarna terug naar Aqaba, waar het weer opnieuw zomers was. De zon scheen, het water glinsterde, en Hotel Al Manara verwelkomde ons opnieuw met open armen. Even uitrusten, beetje zwemmen, goed eten. De cirkel van onze Jordaanse route was rond.
We leverden onze SUV in en namen opnieuw een taxi naar de grens. Onze Israëlische huurauto stond netjes geparkeerd waar we hem hadden achtergelaten. Dat moment – midden tussen twee grenzen, met auto’s en paspoorten – voelde een beetje surrealistisch. Maar alles klopte.
Jeruzalem: wandelen door duizenden jaren

Onze rit naar Jeruzalem was kort, maar de impact van de stad des te groter. We verbleven twee nachten in Hotel Orient, vlak bij de oude stad.
We bezochten de Tempelberg, de Klaagmuur, het graf van koning David, de plek van het Laatste Avondmaal, en de Geboortekerk van Jezus. Elke plek heeft zijn eigen lading. We liepen zwijgend, luisterden naar gidsen, keken om ons heen – en voelden ons klein. Niet alles viel te bevatten, maar alles was voelbaar. Jeruzalem is geen gewone stad – het is een kruispunt van geloven, geschiedenissen en mensen.
Tel Aviv & Jaffa: afsluiten aan zee
Vanuit Jeruzalem reden we terug naar de kust. Onze laatste nacht brachten we door in Hotel The Setai in Jaffa. Het contrast met Jeruzalem kon niet groter: hier geen gebedsoproepen of pelgrims, maar surfers, moderne restaurants en een ontspannen sfeer.
Het dakzwembad van het hotel bood uitzicht op zee, en we namen een laatste duik terwijl de zon langzaam onderging. We wandelden door de steegjes van oud-Jaffa, aten verse vis met uitzicht op de haven, en genoten van het zachte briesje. Dit was de perfecte afsluiter.

Terug naar huis – en terugblikken
Op onze laatste dag reden we naar de luchthaven van Tel Aviv en vlogen terug naar Nederland. We hadden honderden foto’s, een hoofd vol indrukken, en het gevoel dat we door werelden gereisd waren.
Waarom deze reis bijblijft
- De afwisseling: woestijn, stad, zee, bergen.
- De emotie: spirituele plekken, gastvrije mensen, stille momenten.
- De vrijheid: zelf rijden, stoppen waar je wil, eigen tempo.
- De verrassingen: van bubbelbaden tot sterrenhemels.
Tips als je dit ook wil doen
- Regel je grensovergangen goed op voorhand.
- Neem een goede zonnebril én stevige wandelschoenen mee.
- Plan tijd in Jeruzalem – twee dagen is echt het minimum.
- En bovenal: laat ruimte voor spontaniteit. Soms ontstaan de mooiste momenten gewoon onderweg.
Een reis die je verandert
Israël en Jordanië hebben ons verrast, geraakt en verwonderd. We keerden terug met zand in onze schoenen, zout in ons haar en een diep gevoel van dankbaarheid.
Dit was geen vakantie. Dit was een reis. Een echte.